Taxusspikkelspanner

  • Een camouflerende mot op een muur

Beschrijving van de taxusspikkelspanner

Leefgebied

Mondiaal

De taxusspikkelspanner komt voor in een uitgestrekt gebied dat reikt van Noordwest-Afrika via Europa tot diep in Azië, met waarnemingen tot aan het Altajgebergte. De soort is afwezig in delen van Scandinavië met een landklimaat, maar komt wel voor in maritieme gebieden zoals Groot-Brittannië en Zuid-Zweden. Ook in Rusland is de soort gemeld, zowel in het Europese deel als tussen de Manytsjlaagte en de Kaukasus. Deze brede verspreiding wijst op een hoge ecologische flexibiliteit.

Europa

In Europa is de soort wijdverspreid en algemeen aanwezig in vrijwel alle landen, behalve het centrale en noordelijke deel van Scandinavië. Ze komt veelvuldig voor in Groot-Brittannië (Engeland, Schotland en Wales), maar ontbreekt in Noord-Ierland. Ook in Duitsland, Frankrijk, Polen, Tsjechië, Hongarije, Roemenië, Slovenië, Griekenland en Cyprus is de soort goed vertegenwoordigd. Zelfs in bergachtige gebieden zoals de Meteora-regio in Griekenland zijn waarnemingen gedaan.

Nederland

In Nederland is de taxusspikkelspanner een zeer algemene soort die verspreid over het hele land voorkomt.

Habitat en biotoop

Mondiaal bewoont de taxusspikkelspanner vooral houtrijke gebieden zoals bosranden, gemengde bossen, tuinen en parken. De soort is sterk gebonden aan vegetatierijke omgevingen waar de rupsen zich voeden met een breed scala aan waardplanten, waaronder loofbomen, struiken en klimplanten. Ze overwintert als jonge rups en is dus afhankelijk van een stabiele vegetatie en strooisellaag. Haar afwezigheid in gebieden met strenge, droge winters wijst op een voorkeur voor gematigde klimaten.

Herkenning

Vlinder

De volwassen vlinder heeft een spanwijdte die varieert van 30 tot 38 millimeter. De vleugels zijn meestal witgrijs tot geelachtig, maar door de dichte bespikkeling met bruine en zwarte stippen ogen ze van een afstand eerder grijs of vaalbruin. Over de voor- en achtervleugels lopen twee donkere, gebroken banden in een halve cirkel, waarvan de buitenste op de voorvleugel een karakteristieke uitstulping vertoont. De vleugellengte bedraagt 20 tot 24 millimeter. Mannetjes zijn te herkennen aan hun sterk geveerde antennes, terwijl die van de vrouwtjes vrijwel glad zijn.

Rups

De rups is vrij onopvallend en heeft een uniforme kleur die varieert van grijsachtig tot roodbruin of geelbruin. Op de rug zijn soms donkere diamantvormige vlekken zichtbaar. De kop is bruin en de poten zijn lichtgestreept. De rups bereikt een lengte van ongeveer 40 millimeter.

Pop

De pop is compact en glanzend bruin van kleur, met een glad oppervlak en een enigszins cilindrische vorm. Ze hangt vaak aan een zijden draad onder een tak of blad van de waardplant, maar kan ook in de strooisellaag worden aangetroffen. De segmenten zijn duidelijk zichtbaar en de uiteinden zijn iets spits toelopend.

Voedsel

De volwassen vlinder voedt zich met nectar van diverse bloeiende planten. Deze nachtvlinder is actief in tuinen, bossen en parken, waar hij ’s nachts op licht afkomt en zich voedt met nectar uit bloemen die op dat moment beschikbaar zijn. De vlinder is afhankelijk van nectarproducerende planten zoals kamperfoelie, vlinderstruik en andere bloeiende soorten die ’s avonds geur verspreiden en nectar aanbieden.

Waardplanten

De rupsen zijn polyfaag en voeden zich met een breed scala aan loofbomen, struiken en kruidachtige planten. Tot de belangrijkste waardplanten behoren onder andere hedera, kamperfoelie, meidoorn, sleedoorn en andere soorten uit het geslacht Prunus, en verder appel, druif, taxus, bosrank, vlier, hulst en berk. Ook minder bekende soorten zoals gaspeldoorn, hondsroos en vlinderstruik worden benut. Deze brede voedselbasis maakt de soort bijzonder flexibel in zijn leefomgeving.

Weetjes over de taxusspikkelspanner

  • De naam “taxus” heeft een historische oorsprong: het is afkomstig van dhr. Ter Haar, die in zijn boek Onze vlinders (begin 20e eeuw) deze soort “taxismeter” noemde. Ondanks dat de rupsen niet specifiek op taxus leven, is de naam blijven bestaan.
  • Mannetjes zijn te onderscheiden van vrouwtjes door hun sterk geveerde antennes, terwijl die van de vrouwtjes vrijwel glad zijn.
  • Ondanks zijn brede verspreiding in Europa en delen van Azië, verdraagt de soort geen strenge en droge winters, waardoor hij afwezig is in sommige klimaten op dezelfde breedtegraad als gebieden waar hij wel voorkomt.
  • De vlinder is nachtactief en wordt sterk aangetrokken door licht, wat hem vaak zichtbaar maakt in tuinen en op huisgevels.

Gedrag

Vlinder

De volwassen vlinder is uitgesproken nachtactief en wordt sterk aangetrokken door kunstlicht. Dit gedrag maakt hem vaak zichtbaar op gevels, in tuinen en bij straatverlichting. De soort vliegt in één of twee generaties per jaar, afhankelijk van de geografische locatie en klimatologische omstandigheden. In maritieme klimaten zoals de Britse eilanden is hij actief van juni tot september, terwijl hij in continentaal Europa zoals Oostenrijk meestal al eind augustus verdwijnt.

Rups

De rups is polyfaag en voedt zich met bladeren van diverse loofbomen en struiken. Hij is vooral actief in de zomermaanden en groeit snel, waarbij hij zich vaak ophoudt in de beschutting van bladeren. De soort overwintert als jonge larve op de waardplant en hervat zijn ontwikkeling in het voorjaar.

De rupsen zijn goed gecamoufleerd en bewegen zich traag, wat hen helpt om predatie te vermijden. In sommige gevallen zijn jonge rupsen al in juli waargenomen, waarna ze zich snel ontwikkelen tot een tweede generatie vlinders in augustus.

Mobiliteit

De vlinder vertoont een matige tot hoge mobiliteit binnen geschikte habitats. Hij is in staat om zich actief te verplaatsen tussen bosranden, tuinen en parken, en wordt vaak aangetroffen in een breed scala aan inlandse gebieden. Hoewel hij algemeen voorkomt in veel regio’s, is zijn verspreiding minder frequent in boomloze kustgebieden.

De soort is sterk lichtgevoelig en vliegt actief naar kunstlichtbronnen, wat wijst op een goed ontwikkeld oriëntatie- en vlieggedrag tijdens de nacht. In sommige gebieden is hij zelfs “zeer algemeen”, wat suggereert dat hij zich lokaal in hoge dichtheden kan vestigen en verplaatsen.

Vliegtijd

De vliegtijd varieert afhankelijk van de geografische locatie en klimatologische omstandigheden. In maritieme gebieden zoals Groot-Brittannië zijn volwassenen actief van juni tot september, met soms een derde generatie die vliegt tot eind oktober. In continentaal Europa, zoals Oostenrijk, is de soort meestal beperkt tot één generatie die piekt in juli en augustus.

In sommige jaren en op lagere hoogten kunnen vlinders al vanaf eind april worden waargenomen, en sporadisch tot begin november. Deze flexibiliteit in vliegtijd wijst op een aanpassing aan lokale seizoenspatronen en temperaturen.

Levenscyclus

De levenscyclus verloopt via vier fasen: ei, larve (rups), pop en volwassen vlinder.

Eitjes

De volwassen vlinder legt haar eitjes kort na de paring. Uit onderzoek is gebleken dat de vrouwtjes zo’n 200 eitjes kunnen leggen. Deze worden afzonderlijk of in kleine groepjes afgezet op de bladeren van de waardplanten. De eitjes zijn klein en rond, en komen na enkele dagen tot weken uit, afhankelijk van de temperatuur.

Rups

Na het uitkomen begint de larvale fase. De rups is aanvankelijk zeer klein en ondergaat meestal vier tot vijf vervellingen, waarbij ze telkens haar huid afwerpt. Deze fase duurt doorgaans enkele weken, maar bij de taxusspikkelspanner kan de rups overwinteren, wat betekent dat de ontwikkeling zich over meerdere maanden kan uitstrekken.

Pop

Na de laatste vervelling verpopt de rups zich. De pop hangt vaak aan een zijden draad onder een tak of blad van de waardplant, maar kan ook in de strooisellaag worden aangetroffen. Tijdens deze fase ondergaat de rups een volledige metamorfose tot vlinder. De duur van de popfase varieert, maar kan enkele weken tot maanden duren, afhankelijk van het seizoen en of de soort overwintert als pop.

Vlinder

Uiteindelijk komt de volwassen vlinder uit de pop. De vlinder leeft slechts kort, vaak maar enkele weken, en besteedt deze tijd aan voortplanting en verspreiding. Sommige populaties kennen één generatie per jaar, terwijl andere er twee voortbrengen, afhankelijk van de klimaatomstandigheden.

Bedreiging

De taxusspikkelspanner wordt niet als bedreigd beschouwd. In Engelstalige bronnen wordt de soort omschreven als “widespread and numerous”, wat betekent dat hij algemeen voorkomt en in grote aantallen aanwezig is in diverse habitats zoals bossen, tuinen en stedelijke gebieden. Ook in Duitstalige ecologische databases wordt geen melding gemaakt van een bedreigde status; integendeel, de soort komt voor in een breed geografisch gebied dat zich uitstrekt van Noord-Afrika tot Centraal-Azië, wat duidt op een robuuste populatie

In Nederland is de taxusspikkelspanner eveneens niet bedreigd. Volgens De Vlinderstichting is de soort “zeer algemeen” en verspreid over het hele land. Hij komt voor in uiteenlopende biotopen en wordt regelmatig waargenomen, vooral in bossen en tuinen. De soort staat niet op de Rode Lijst van bedreigde vlinders in Nederland, wat bevestigt dat hij momenteel geen risico loopt op uitsterven. Ook het Nederlands Soortenregister vermeldt geen bijzondere bedreigingsstatus, wat de algemene aanwezigheid van de soort onderstreept.

Bescherming

Wat betreft bescherming in Nederland is er geen specifieke beschermingsmaatregel voor deze soort nodig, gezien zijn algemene voorkomen. De taxusspikkelspanner valt onder de algemene bescherming van inheemse soorten via de Wet natuurbescherming, maar er zijn geen gerichte programma’s of actieplannen voor deze vlinder. Monitoring gebeurt via platforms zoals Waarneming.nl, waar duizenden waarnemingen zijn geregistreerd, wat bijdraagt aan het inzicht in de verspreiding en populatiedynamiek.

Bronnen

Peribatodes rhomboidaria

Taxonomie

RijkAnimalia
StamGeleedpotigen (Arthropoda)
KlasseInsecten (Insecta)
OrdeVlinders (Lepidoptera)
FamilieGeometridae (spanners)
GeslachtPeribatodes
Synoniemen

Kenmerken

Voorvleugellengte20-24 mm
Spanwijdte30-38 mm
WaardplantenDiverse geslachten, waaronder Clematis, Prunus, Ligustrum, Berberis, Quercus en Rubus
VliegperiodeVan eind mei tot september, soms gevolgd door een tweede generatie tot half oktober.
Grootte rups40 mm

Voortplanting

Aantal eitjesOngeveer 200
EifaseEnkele dagen tot een week
RupsfaseJuli tot juni, waarbij de soort overwintert
PopfaseEnkele weken

Voorkomen in Nederland

VoorkomenOorspronkelijk
ZeldzaamheidZeer algemeen
BeschermingWet natuurbescherming
Verspreiding van de Taxusspikkelscanner in Nederland.
Verspreidingskaart taxusspikkelspanner

Verspreiding

NederlandHele land
WereldEuropa, Afrika, Azië
BiotoopvoorkeurBosrijke omgevingen en halfopen landschappen


Ontdek meer van Fauna & Flora

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Scroll naar boven