Verspreiding

De plooivoetstuifzwam komt voor in Europa, Noord-Amerika, Azië, Australië en Nieuw-Zeeland. Hoewel deze zwam in heel Europa groeit, is hij het meest algemeen in West-Europa.  In Nederland komt hij vrij algemeen voor, vooral in het Renodunaal district, het Waddendistrict, het Zuidlimburgs district en het westelijk Gelders district

Habitat

De plooivoetstuifzwam leeft voornamelijk in loof- en naaldbossen, maar ook in wegbermen, gazons en weiden. Het is een saprobiont, dat wil zeggen dat hij leeft van dood organisch materiaal. Hij groeit vaak op voedselrijke, zandige bodems. 

Beschrijving

De plooivoetstuifzwam zwam begint meestal in juli te groeien en is aanvankelijk klein en heeft een zinkgrijze kleur. Wanneer de zwam groeit, is hij wit van kleur. In de herfst is de zwam volgroeid en is het vruchtlichaam bolvormig met een diameter van ongeveer 4 tot 10 centimeter op een flinke steel. De totale hoogte bedraagt dan 7 tot 12 cm.

De steel, die aan de basis en bovenaan vaak sterk geplooid is, is lang en steriel en beslaat de helft tot driekwart van de totale hoogte van het vruchtlichaam. Het inwendige van de steel is sponzig, aanvankelijk wit en verkleurt later naar vaalbruin.

De kop bevat de vruchtmassa welke in onrijpe vruchtlichamen wit en plakkerig is en later geel tot olijfgroen en vlezig wordt. Uiteindelijk wordt deze omgevormd tot olijf- tot paarsbruin sporenpoeder. 

De kleur van de buitenkant van de kop is aanvankelijk witachtig tot beige, later crème- tot grijsbruin en bedekt met fijne, gemakkelijk verwijderbare schubjes of vlokjes die er later afvallen. 

Wanneer het vruchtlichaam rijp is scheurt de kop open en komen de sporen naar buiten door de steeds groter wordende kratervormige opening,

De bolvormige, (olijf)bruine sporen zijn 4 tot 6 µm groot, hebben een wratachtig oppervlak en een rechte tot licht gebogen steel van tot 2,5 µm lang. De sporen groeien in groepjes van vier op de basidiacellen. Er zijn geen cystiden aanwezig.

Terwijl het rijpe kopdeel in onregelmatige stukken uit elkaar valt, overleeft het perkamentachtige, bruine stengeldeel, dat doet denken aan een sigarenpeuk, de winter.

Weetjes

  • Jonge exemplaren met wit vruchtvlees smaken mild.

Bronnen

Lycoperdon excipuliforme

Taxonomie

Rijk Fungi (Schimmels)
Stam Basidiomycota
Klasse Agaricomycetes
Orde Agaricales (Plaatjeszwam)
Familie Lycoperdaceae
Geslacht Lycoperdon

Herkenning

Hoed Bolvormig
Hoed- plus steelhoogte 7-12 cm
Hoedbreedte 4-10 cm
Steel Lang en steriel
Steeldikte
Sporenkleur Olijf-, paarsbruin
Sporen diameter 4-6 µm
Geur Mild
Smaak Mild

Verspreiding

Nederland Vrij algemeen
Wereld Europa, Noord-Amerika, Azië, Australië en Nieuw-Zeeland
verspreidingskaart

Bedreiging

Rode Lijst 2008 Thans niet bedreigd

Ecologie

Habitat Loofbos, rijk zand
Groeitijd September-december

Zoeken