Leefgebied

Oorspronkelijk was de Koereiger alleen inheems in de Oude Wereld. De nominaatvorm Bubulcus ibis ibis kwam voor in Zuid-Europa, Noordwest-Afrika, de regio ten zuiden van de Sahara, Madagaskar en andere eilanden in de Indische Oceaan, Zuid-Turkije en Zuidwest-Azië, en Zuid-Rusland. De ondersoort Bubulcus ibis coromandus komt wijdverspreid voor van West-Indië via Zuid-China tot Zuid-Japan, Korea en de Soenda-eilanden.

Het leefgebied van de koereiger breidde zich in de 20e eeuw enorm uit. Deze reiger heeft geprofiteerd van de omzetting van bosgebieden in weiland. De populaties zijn, vooral in regio's met veel jaarlijkse regenval, toegenomen. De groei van de populaties was vooral gunstig als de regio voorheen een lage dichtheid aan megaherbivoren kende en nu intensief als weiland wordt gebruikt. De uitbreiding van het gebied naar Afrikaanse en Australische regio's met minder regenval werd positief beïnvloed door de aanleg van kunstmatige waterbekkens en irrigatiesystemen.

Nederland

De koereiger is in Nederland een zeldzame reigersoort. De aantallen lijken de laatste jaren toe te nemen en in 1998 is voor het eerst met zekerheid gebroed in de Wieden (Overijssel), zonder succes overigens. In 2006 was er een evenmin succesvol broedgeval in de Braakman (Zeeland). 

Habitat

In tegenstelling tot andere reigers in het palearctische gebied zijn koereigers niet erg aan water gebonden. Ze vangen ook graag insecten in drogere gebieden zoals velden en weilanden. Ze bewegen zich vaak tussen kuddes vee en zitten ook graag op de rug van grazende dieren. Soms lopen ze letterlijk tussen de poten van koeien om de insecten op te eten die door de koeienpoten worden opgeschoffeld. Ze komen ook voor in moerassige gebieden en op uiterwaarden.

Ze broeden in eigen kolonies, maar ook samen met andere reigersoorten in bomen in water en rietmoerassen. Soms maken ze ook gebruik van hoge bomen tot wel twintig meter hoogte. Ze broeden ook in steden, langs grote wegen en niet altijd in de buurt van water.

Herkenning

De koereiger heeft een lengte van 46 tot 56 cm en weegt 300 tot 400 gram. De spanwijdte bedraagt 88 tot 96 cm. 

Op het eerste gezicht doet de Koereiger denken aan de ralreiger, al is hij iets donkerder en kleiner. Volwassen vogels hebben een overwegend wit verenkleed, een gele snavel en gele tot roodachtige poten. Buiten het broedseizoen zijn de poten zwart en is het gebied rond de ogen groenachtig tot geel.

Tijdens de baltsperiode heeft de koereiger plukjes veren op de kop en roodbruin gekleurde veren op de rug, borst en kop. Het gebied rond de ogen is dan blauw en de snavel en de teugels zijn dan roodachtig.

Geluid

De koereiger is normaliter zwijgzaam. Bij roestplekken en in baltstijd laten ze enig staccato gekraak horen.

Voortbeweging

Weetjes

  • Koereigers zijn minder dan andere reigers gebonden aan water, en aan te treffen in weilanden met koeien, paarden of schapen. Ook liften ze graag op de rug van een schaap of koe mee.
  • Boeren waarderen de introductie van koereigers meestal omdat ze weideongedierte eten. Een hoge dichtheid aan koereigers helpt het aantal schildluizen op het vee te verminderen.

Voedsel

Het dieet van de koereiger omvat sprinkhanen, spinnen, teken, kikkers, reptielen en kleinere zoogdieren. In Australië eet de koereiger ook rietpadden. In de wintermaanden spelen regenwormen een grotere rol in het voedselspectrum. Terwijl ze foerageren, volgen koereigers grazend vee zoals schapen, geiten, paarden en koeien. Ook pikken ze regelmatig ectoparasieten van grazend vee. 

Gedrag

Koereigers zijn dagvogels en bovendien erg sociaal. Ze foerageren regelmatig in kleine groepen, waarbij groepsjacht de efficiëntie van het foerageren vergroot. Alleen kleine individuele territoria worden verdedigd. Koereigers nestelen in kolonies en worden vaak geassocieerd met andere reigersoorten.

Vogeltrek

In Europa is de koereiger voornamelijk een trekvogel. Vogels uit Spanje en Frankrijk trekken met name vanaf de nazomer richting het zuiden. In Italië zijn er al diverse waarnemingen van vogels in de winter. De soort komt zeer veel voor over de wereld, en in andere werelddelen is het trekpatroon afhankelijk van andere factoren zoals de regentijd.

Voortplanting

Koereigers zijn geslachtsrijpheid in hun tweede levensjaar. Ze vormen tijdens een seizoen monogame paartjes, hoewel polygynie ook wordt waargenomen. De nesten worden gebouwd op bomen of in struiken en in riet. Meestal voert het mannetje het nestmateriaal aan waarmee het vrouwtje in gemiddeld zes tot zeven dagen tot een nest bouwt.

Het leggen van de eieren begint in april. De legsels bevatten gewoonlijk vier tot vijf eieren, die met intervallen van één tot twee dagen worden gelegd. De eieren worden door beide oudervogels gedurende 22 tot 26 dagen uitgebroed. De eieren komen na elkaar uit en de jongen worden pas vanaf de 10e dag alleen gelaten door de oudervogels. Ze verlaten het nest na ongeveer 14 dagen. Na ongeveer 30 dagen zijn ze vliegvlug en na 45 dagen pas volledig onafhankelijk.

Predatie

Volwassen koereigers hebben weinig predatoren, maar de nesten kunnen door vogels of zoogdieren geplunderd worden. Kuikens kunnen doodgaan gaan door verhongering, calciumgebrek of verstoring door andere grote vogels.

Bedreiging

Internationaal zijn koereigers niet bedreigd en hebben ze in de twintigste eeuw een enorme opmars doorgemaakt. Vanuit Afrika werden alle continenten behalve Antarctica gekoloniseerd. Ze bevinden zich vaak in de buurt van mensen en hebben daardoor wel te lijden van verstoring en vervuiling.

Bescherming

De koereiger is een beschermde inheemse vogelsoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen, zijn koereigers beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. De bescherming van de koereiger wordt in Nederland geregeld door de Omgevingswet.

Bronnen

Bubulcus ibis

Taxonomie

Rijk Animalia (Dieren)
Stam Chordata (Chordadieren)
Klasse Aves (Vogels)
Orde Pelecaniformes (Roeipotigen)
Familie Ardeidae (Reigers)
Geslacht Bubulcus

Kenmerken

Grootte 46-56 cm
Snavellengte
Kleur wit
Gewicht 300-400 gram
Vleugelspanwijdte 88-96 cm
Groep/solitair Groep
Voeding Sprinkhanen, spinnen, teken, kikkers, reptielen en kleinere zoogdieren

Voortplanting

Broedinterval Jaarlijks
Paartijd April-mei
Aantal eieren 4-5 eieren
Plaats eieren Nest op bomen of in struiken en in riet
Grootte eieren 45 x 53 mm
Broedduur 22-26 dagen
Aantal legsels 1 legsel
Vliegvlug 45 dagen
Geslachtsrijp 2 jaar
Levensduur Gemiddeld 17 jaar, max 23 jaar

Voorkomen in Nederland

Aantal broedparen 3 (in 2022)
Aantal overwinteraars 3-13 (in 2013-2015)
Doortrekkers 1-100 (in 2008-2012)
Bescherming Beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn
Rode lijst van Nederlandse broedvogels -
Verspreidingsgebied koereigerSovon Vogelonderzoek Nederland

Voorkomen Wereldwijd

Koereiger leefgebied

Zoeken