Leefgebied

De grote langlijf komt voor in het holarctisch gebied. In Europa komt hij overal voor. Het is dan ook de meest voorkomende soort uit het geslacht Sphaerophoria. In Nederland komt hij zeer algemeen voor in het hele land. Ze worden vooral gezien in struwelen en in tuinen waar ze soms nectar van bloemen halen. 

Biotoop

Deze soort komt van maart tot oktober in bijna alle biotopen voor, vooral in open gebieden en in grasvegetaties en andere lage begroeiing, maar bijna niet in bossen.

Herkenning

De vliegen worden 9 tot 12 mm lang en hebben een langwerpig, slank lichaam. Het gezicht is glanzend geel gekleurd en heeft een donkere bult in het midden. Het borststuk is dof koper gekleurd met duidelijk gele zijkanten.

Het achterlijf is vrij dun en is zwart gekleurd met gele banden. De gele vlekken op segment twee, drie en vier raken elkaar in het midden. Het vijfde segment heeft een zwarte lengtelijn in het midden en een paar zwarte vlekken aan de basis en aan de achterkant. Bij het mannetje is het zwart op de laatste twee segmenten vaak vervaagd tot bruin.

Het vrouwtje daarentegen heeft een bruinzwarte centrale vlek aan de basis van de zesde segment en heeft twee vlekken aan de achterrand. Het zevende segment is aan de zijkanten roodbruin en geel. De vrouwtjes zijn echter alleen te onderscheiden van andere soorten van het geslacht Sphaerophoria door ze te vergroten met een vergrootglas.

De vleugels zijn doorzichtig, de vleugelmarkering (pterostigma) is geel, evenals de halters en de vleugelschubben.

Voedsel

De volwassen dieren eten stuifmeel en nectar. Tijdens het foerageren maken ze korte vluchten van bloem naar bloem.  Door hun langgerekte lichaam kunnen ze ook buisvormige bloemen bezoeken.

De larve leeft van verschillende soorten bladluizen op diverse kruiden, waaronder tuinbouw- en akkergewassen.

Weetjes

  • De cyclus van ei tot vlieg kan zich onder gunstige omstandigheden in slechts twintig dagen voltrekken.
  • De larve leeft van verschillende soorten bladluizen op diverse kruiden, waaronder tuinbouw- en akkergewassen.
  • Mannetjes bezetten korte tijd een territorium door tussen de vegetatie te zweven.

Gedrag

Er zijn meerdere, elkaar overlappende generaties. De toename in de zomer wordt waarschijnlijk mede veroorzaakt door migratie.

Mannetjes bezetten korte tijd een territorium door tussen de vegetatie te zweven. Interactie met andere mannetjes treedt zelden op.

Het is een trekkende zweefvliegsoort. In de zomer kunnen noordwaartse verplaatsingen optreden van grote aantallen vliegen.

Voortplanting

De vrouwtjes leggen tot 1000 eieren in bladluiskolonies.

De larven voeden zich vervolgens met deze bladluizen. Ze hebben een facultatieve diapauze aan het eind van het laatste larvestadium en overwinteren als volgroeide larve.

De verpopping vindt in het voorjaar plaats op een plant. Naarmate de temperatuur hoger is, verloopt de ontwikkeling sneller; zo kan de cyclus van ei tot vlieg zich onder gunstige omstandigheden in slechts twintig dagen voltrekken.

Bescherming

Geen gegevens gevonden.

Bronnen

Sphaerophoria scripta

Taxonomie

Rijk Animalia
Stam Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse Insecta (Insecten)
Orde Diptera (Tweevleugeligen)
Familie Syrphidae (Zweefvliegen)
Geslacht Sphaerophoria (Langlijven)

Kenmerken

Grootte 9-12 mm, larve 8 mm
Vleugellengte
Voeding Volwassen dieren eten stuifmeel en nectar. De larve leeft van verschillende soorten bladluizen.
Vliegperiode Maart tot oktober

Voortplanting

Paartijd
Uitkomen eitjes
Larve ontwikkeling 7-14 dagen
Popfase

Voorkomen in Nederland

Status Oorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting
Zeldzaamheid Oorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting
Bescherming Geen gegevens gevonden

Verspreiding

Nederland In het hele land
Wereld Holarctisch
Biotoopvoorkeur Alle open biotopen, vooral in grasvegetaties en andere lage begroeiing en bijna niet in bossen
Verspreidingskaart grote langlijfVerspreidingskaart grote langlijf

Zoeken

Taxonomie