Leefgebied

De grauwe gans is een broedvogel in Noord- en Oost-Europa en Azië. Tijdens de trek is de grauwe gans in heel Europa te vinden. Hij broedt in Groot-Brittannië, in heel Fennoscandinavië, behalve in gebieden ver van de kust, en in heel continentaal Europa ten noordoosten van een lijn van Duinkerke naar Patras in Griekenland, met concentraties in Nederland, Noord-Duitsland, de zuidkust van de Oostzee en een gebied tussen Oostenrijk, Hongarije en Tsjechië.

De overwinteringsgebieden van de grauwe gans liggen aan de westkust van het Iberisch schiereiland, aan de noordkust van Algerije en Tunesië en aan de kusten van de Adriatische Zee.

Habitat

Grauwe ganzen leven in allerlei gebieden, maar altijd in de buurt van water en open gebieden. In Nederland broeden ze in moerasgebieden (in de Oostvaardersplassen spelen ganzen als grazende diersoort een hoofdrol) tot op verkeersknooppunten. De vogels overwinteren vooral op boerenland, meren, uiterwaarden en grote natte natuurgebieden.

Herkenning

De grauwe gans is een stevige bruingrijze gans. De nek lijkt relatief dik en doordat de veren in richels liggen lijkt deze licht gestreept. De buik heeft min of meer uitgesproken zwarte vlekken. De snavel is relatief groot en dik. De hals en kop zijn iets lichter dan het lichaam. Ook de ondervleugels vormen een goed kenmerk. Deze zijn tweekleurig: donker met een lichtgrijze voorkant. Bij ganzen zijn de kleur van de poten en de snavel belangrijk: bij de grauwe gans zijn deze oranjeroze. De snavel is stevig en wordt wel eens vergeleken met een winterpeen.

De lichaamslengte bedraagt 75 tot 90 cm met een spanwijdte van 147 tot 180 cm. Mannetjes zijn zwaarder dan vrouwtjes, en wegen meestal tussen de 3 en 4 kg. De lichtere vrouwtjes wegen daarentegen tussen de 2 en 3,5 kg.

Pas uitgekomen kuikens zijn aan de bovenkant olijfbruin. Dit verandert later in een grijsbruine tint. De buikzijde is donker roomwit. De kop, nek en zijkanten van het lichaam zijn groengeel. Het juveniele verenkleed is iets bruiner in vergelijking met volwassen vogels. De buik is nog steeds zonder zwarte vlekken. De snavel is eerst grijs en wordt later geelachtig. De poten zijn olijfgrijs. In het verenkleed van het eerste jaar lijken de jonge vogels grotendeels op de volwassen vogels. Ze hebben weinig of geen zwarte buikveren.

Geluid

Het geluid dat ze maken is luid en nasaal, het typische ganzengeluid. Het lijkt op dat van de boerengans.

Weetjes

  • Tijdens de vogeltrek vliegen grauwe ganzen in een V-formatie, waarbij ze een schor klinkende gak-gak roepen.
  • De gedomesticeerde boerengans (Anser anser domesticus) is normaal gesproken geheel wit. Ze worden gehouden voor de gezelligheid, voor bewaking, voor de sier, om hun eieren en vlees.
  • Tijdens de rui waarin de gans niet vliegen kan, zoekt de gans een goed heenkomen in rietlanden. Ze kunnen dan zo veel riet (vooral de wortelstokken van het riet) eten dat de verlanding door riet wordt tegengegaan. 
  • Ze kunnen met hun snavel ondergrondse delen van planten opgraven.
  • Soms komen homoseksuele relaties voor tussen mannetjes. Er wordt dan een groepje gevormd met twee mannetjes en één vrouwtje. Beide mannetjes paren dan met één vrouwtje, maar één mannetje is altijd dominant. Het trio blijft bij elkaar terwijl ze de jongen grootbrengen. Hierna gaat het vrouwtje weg terwijl de mannetjes bij elkaar blijven.

Voedsel

Grauwe ganzen grazen voornamelijk op het land op zoek naar voedsel. Soms vinden ze hun voedsel ook zwemmend, maar slechts zeer zelden op de bodem. Ze eten gras, plantenwortels, zaden, vruchten en jonge scheuten (van onder meer riet). In de winter wordt dit aangevuld met oogstresten van mais, aardappelen en granen die ze op akkers vinden.

In de herfst bezoeken grauwe ganzen het liefst maisstoppelvelden waar ze energierijk graanvoer kunnen vinden. Ze grazen echter ook op velden met koolzaad en wintergraan. In het voorjaar gebruiken ze vooral grasland en gebieden met wintergraan om te foerageren. In juli en augustus zijn er vaak grauwe ganzen te zien op graanstoppelvelden.

Voor de voeding is het belangrijk dat de gebieden waar ze foerageren laag begroeid zijn, voor hun veiligheid, maar ook omdat ze alleen kort gras en kruiden kunnen eten.

Gedrag

Grauwe ganzen zijn zowel overdag als 's nachts actief. Als ze vaak gestoord worden, verschuiven ze hun zoektocht naar voedsel naar de nacht.

Geliefde broedplaatsen zijn meren met brede rietkragen met aangrenzende weilanden, die ze gebruiken voor begrazing. Voederplaatsen kunnen ook verder weg liggen. Broedende grauwe ganzen komen ook voor in moerassen, op beboste eilanden en in riviervlaktes.

Grauwe ganzen hebben een rijk repertoire aan gedrag dat ook typerend is voor andere watervogels. Deze omvatten het onderduiken en ook een soort salto, waarbij de vogel vooruit naar onder duikt en bij het opduiken een halve draai om de lengteas maakt, zodat hij weer in de tegenovergestelde richting van zijn oorspronkelijke richting begint te zwemmen.

Buiten het paar- en broedseizoen leven grauwe ganzen in grote groepen.

Vogeltrek

Van origine is de grauwe gans een trekkende vogelsoort. Nederland is vanouds een belangrijk overwinteringsgebied. De laatste decennia is er veel veranderd in het trekgedrag. Er zijn populaties die nauwelijks nog trekken (onder meer in Schotland).

In de jaren 1980 overwinterde nog zo'n 80% van de Europese grauwe ganzen in Spanje, inmiddels is Nederland het belangrijkste overwinteringsgebied. Vanaf februari verlaten de overwinterende vogels Nederland en keren terug naar de Scandinavische broedgebieden. Een steeds groter deel van de grauwe ganzen in Nederland trekt niet of nauwelijks en is jaarrond bij ons. Deze ganzen worden 'overzomerende' ganzen genoemd.

De trekroutes van de grauwe gans zijn niet genetisch vastgelegd, maar worden doorgegeven binnen de verschillende subpopulaties. Naast de trek naar de winterverblijven is er sprake van een zogenaamde ruimigratie, waarbij niet-broedende dieren naar bepaalde ruiplekken trekken. Sinds de jaren zestig hebben de Oostvaardersplassen zich ontwikkeld tot de belangrijkste ruiplek van Europa.

Balts

Hoewel ze paartjes voor het leven vormen, voeren grauwe ganzen elk voorjaar toch steeds opnieuw, luid gakkend, een baltsritueel uit.

Voortplanting

Grauwe ganzen zijn meestal erg trouw aan hun partner, maar wanneer hun partner dood is zoeken ze een nieuwe partner. 

In het zuiden en zuidoosten van het verspreidingsgebied begint de broedperiode meestal tegen het einde van maart. In meer noordelijke verspreidingsgebieden beginnen grauwe ganzen pas eind april met het leggen van eieren.

De nestplaats ligt bij voorkeur op eilanden in zoetwater, in moerassen en aan de oevers van meren of langzaam stromende rivieren. Ze broeden graag in de buurt van soortgenoten in een losse kolonie. Roofdieren worden dan sneller opgemerkt en weggejaagd.

Ze maken ondiepe nestholten om in te broeden. Alleen in zeer natte broedgebieden bestaat het nest uit een opeenhoping van moerasplanten. De binnenzijde van het nest is alleen bekleed met een heel dun laagje dons.

Ze krijgen één legsel per jaar met vier tot zes eieren (bij uitzondering tot 8 eieren). De eieren hebben een witte of gelige schaal en een bijna ovale vorm en worden meestal met tussenpozen van 24 uur gelegd. Als het legsel verloren gaat, wordt er niet opnieuw gebroed.

Alleen het vrouwtje broedt. Het broeden begint wanneer het laatste ei is gelegd. Het mannetje blijft tijdens het broedseizoen dicht bij het nest.

Na ongeveer 27 tot 29 dagen komen de jongen uit, die ongeveer 50 tot 60 dagen nodig hebben om te volgroeien. De vleugelrui van de ouders vindt zodanig plaats dat ze iets later weer kunnen vliegen dan de jongen. Als nestblijvers maakt het dit voor de jonge dieren gemakkelijker om vliegmanoeuvres te leren.

De jongen blijven meestal bij de ouders tot de volgende broed en zijn ook later weer vaak bij hen in de buurt terug te vinden. Grauwe ganzen herkennen elkaar vooral door te roepen. Op grote rustplaatsen wordt vaak de hele nacht door veel geschreeuwd en geacteerd, waardoor gezinsleden elkaar weer terug kunnen vinden.

Grauwe ganzen paren al in de herfst van het tweede kalenderjaar, maar broeden zelden voordat ze het vierde kalenderjaar bereiken.

Grauwe ganzen kunnen wel 17 jaar oud worden.

Predatie

Vanuit de lucht vormen onder meer steenarenden, raven en haviken een bedreiging voor grauwe ganzen, en op de grond rondsluipende honden, vossen en mensen.

Bescherming

De toename van het aantal ganzen in Nederland zorgt voor een ingewikkelde maatschappelijke discussie. Boeren zijn niet blij met de ganzen. Om goedkoop zuivel te produceren lijkt elke grasspriet te tellen. Van belang is te zien dat de ganzen reageren op het landschap dat hun wordt aangeboden: extreem voedselrijk grasland, het resultaat van een bijzonder intensieve landbouw. Hoewel schade gecompenseerd kan worden, worden ganzen helaas veel verstoord en gedood, terwijl overwinterende ganzen rust en energie nodig hebben. Verstoringen kosten de vogels veel energie.

Vogelbescherming pleit voor meer natuurinclusieve landbouw en rustgebieden voor ganzen. Bovendien maakt Vogelbescherming regelmatig bezwaar bij overheden tegen onjuiste / onzorgvuldig afgegeven vergunningen voor afschot. Daarnaast bepleit Vogelbescherming maatregelen rondom vliegvelden waardoor ganzen niet massaal te hoeven worden gedood om vogelaanvaringen te voorkomen. Via een netwerk van vrijwillige WetlandWachten houdt Vogelbescherming overal in Nederland de kwaliteit van leefgebieden in de gaten. Internationaal werkt Vogelbescherming als Partner van BirdLife International aan het beschermen van het hele leefgebied van trekvogels: van broedgebied tot overwinteringsgebied.

Bronnen

Anser anser

Taxonomie

Rijk Animalia (Dieren)
Stam Chordata (Chordadieren)
Klasse Aves (Vogels)
Orde Anseriformes (Eendvogels)
Familie Anatidae (Eendachtigen)
Geslacht Anser

Kenmerken

Grootte 75-90 cm
Kleur Bruingrijs
Gewicht ♂ 3-4 kg, ♀ 2-3.5 kg
Vleugelspanwijdte 147-180 cm
Groep/solitair Groep
Voeding Gras, plantenwortels, zaden, vruchten en jonge scheuten (van onder meer riet), oogstresten van mais, aardappelen en granen

Voortplanting

Broedinterval Jaarlijks
Paartijd Maart-april
Aantal eieren 4-6 (soms 8)
Plaats eieren Ondiepe nestholte
Grootte eieren
Broedtijd Februari-juni
Broedduur 27-29 dagen
Aantal legsels 1 legsel
Uitvliegen 50-60 dagen
Geslachtsrijp 2-3 jaar
Levensduur 17 jaar

Voorkomen in Nederland

Status Beschermde inheemse diersoort
Aantal broedparen  100.000-165.000 (in 2018-2020)
Aantal overwinteraars  510.000-580.000 (in 2013-2015)
Doortrekkers 490.000-570.000, nov (in 2012-2017)
Bescherming Wet natuurbescherming
Rode lijst -

Verspreiding grauwe gansVerspreiding grauwe gans

Voorkomen wereldwijd

Leefgebied grauwe gans Groen: Broedgebied
Geel: Niet-broedgebied Author: Voorkomen in Nederland,
License: CC BY-SA 4.0

Zoeken

Taxonomie