De duinparelmoervlinder (Argynnis niobe) is een vlinder uit de familie Nymphalidae, de schoenlappers, parelmoervlinders en zandoogjes.

Leefgebied

Nederland

Een zeldzame standvlinder die vooral voorkomt in de duinen van Noord-Holland en op de Waddeneilanden. Tot het begin van deze eeuw kwam hij ook nog voor op de Hoge Veluwe.

Mondiaal

De duinparelmoervlinder komt voor van Frankrijk en Noord-Spanje tot Klein-Azië en van Midden-Scandinavië tot Portugal en Turkije. In tegenstelling tot Nederland is hij elders in Europa doorgaans zeldzamer dan de grote parelmoervlinder.

Habitat

In de duinen: open duingraslanden en vochtige duinvalleien. In het binnenland: open, droge, schrale graslanden en droge kruidenrijke heide.

Zowel de graslanden als de heiden hebben soortenrijke vegetaties met een mozaïekstructuur en een geleidelijke overgang in hoogte en soortensamenstelling. In de droge, schrale open delen groeien de viooltjes, in de ruigere delen groeien de nectarplanten. Het leefgebied heeft gemiddeld een meer open structuur dan dat van de grote parelmoervlinder. Dit houdt vermoedelijk verband met de grotere warmtebehoefte van de duinparelmoervlinder, die in Nederland zijn areaalgrens bereikt.

Herkenning

Vlinder

De voorvleugellengte bedraagt 23-30 mm en een spanwijdte van 45 tot 50 mm. De bovenkant van de vleugels is oranje met zwarte vlekken en stippen. De onderkant van de achtervleugel heeft een gele zweem en de tekening is niet bijzonder contrastrijk. De achterrandvlekken zijn driehoekig. Er bevindt zich een rij kleine witte vlekken met roodbruine rand op de onderkant van de achtervleugel. In de middencel van de onderkant van de achtervleugel ligt een kleine gele of witte vlek waarin vaak (maar niet altijd) een zwarte stip zit.

Rups

De rups is bruin met een witte rugstreep met zwarte, donkere zijstrepen en witte laterale vlekken. De kop is roestgeel. Het heeft ​​​​roodachtig witte doornen.

Pop

De pop is bruin met kleine metaalkleurige stekels op de rug.

Voedsel

De vlinders voeden zich met nectar van verschillende kruiden, waaronder slangenkruid, koninginnenkruid en akkerdistel.

Waardplanten

Diverse soorten viooltjes: in de duinen duinviooltje en hondsviooltje, in het binnenland vooral hondsviooltje.

Weetjes

  • De mannetjes maken patrouillevluchten om een vrouwtje te vinden.

Gedrag

Vlinder

De duinparelmoervlinder is een mobiele soort, maar een minder krachtige vlieger dan de grote parelmoervlinder. Bij een merk- en terugvangonderzoek op de Hoge Veluwe zijn vlinders op acht kilometer van de merkplek teruggevangen. De gemiddelde afstand die een vlinder aflegt om voedsel te zoeken is 500 meter. 

Vliegtijd

De vliegtijd is van eind mei tot eind september in één generatie.

Rups

De rupsen komen in het voorjaar tevoorschijn en zijn geregeld zonnend aan te treffen.

Levenscyclus

Rups

De rupsen verschijnen in het voorjaar (begin april tot eind juni) en zonnen geregeld in de volle zon. De soort overwintert als ei in de strooisellaag. 

Het vrouwtje zet de eitjes afzonderlijk af op afgestorven planten in de buurt van een plaats met veel waardplanten. Zij heeft een voorkeur voor meer open vegetaties met lagere planten dan het vrouwtje van de grote parelmoervlinder.

Vlinders

Vanaf juni vliegen de vlinders. De vlinders voeden zich met verschillende kruiden zoals slangenkruid, koninginnenkruid en akkerdistel. De dichtheid is vrij hoog, circa 8 tot 16 vlinders per hectare. Mannetjes vinden de vrouwtjes overwegend door patrouillevluchten te houden.

Bedreiging

In 2004 waren de aantallen nog slechts op 10% van het niveau van 1992 lagen. Uit het meetnet blijkt dan ook een sterke afname.

De achteruitgang van de duinparelmoervlinder heeft min of meer dezelfde oorzaken als die van de grote parelmoervlinder. Net als deze soort heeft de duinparelmoervlinder grote terreinen nodig met een mozaïek van zeer lage, open begroeiing en ruigten. Wel leeft de rups van de duinparelmoervlinder in een meer open vegetatie dan die van de grote parelmoervlinder. Dit is waarschijnlijk de oorzaak dat deze soort sneller achteruitgaat dan de grote parelmoervlinder. Maar omdat hij van oudsher algemener was komt hij nog wel op meer plaatsen voor.

In Nederland vloog de duinparelmoervlinder aan het begin van de twintigste eeuw op een groot aantal plaatsen zowel in het binnenland als langs de hele kust. Vooral in de duinen ten noorden van Den Haag was de soort algemeen. In het binnenland vloog de vlinder onder meer op de Veluwe, de Utrechtse Heuvelrug, in het IJsseldal, in Zuid-Limburg en in Salland. In de periode tussen 1900 en 1950 ging hij langzaam achteruit.

Vanaf 1950 ging de achteruitgang sneller en verdween hij van veel plaatsen in het binnenland. In de jaren tachtig verdween de vlinder uit de Zeeuwse en Zuid-Hollandse duinen en kwam hij in het binnenland alleen nog op de Veluwe voor. 

Nu is de duinparelmoervlinder een zeldzame standvlinder. Aan het einde van de vorige eeuw waren er dertig tot veertig populaties over. Inmiddels is de stand nog verder achteruitgegaan en is hij verdwenen van de Hoge Veluwe.

Op Europese schaal is de duinparelmoervlinder niet bedreigd. Wel wordt uit 12 van de 34 landen waar de soort voorkomt een achteruitgang gemeld, en staat hij op de Vlaamse, Waalse en Duitse Rode Lijst.

Bronnen

Argynnis niobe

Taxonomie

Rijk Animalia
Stam Geleedpotigen (Arthropoda)
Klasse Insecten (Insecta)
Orde Vlinders (Lepidoptera)
Familie Vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders ( Nymphalidae)
Onderfamilie Heliconiinae
Geslacht Argynnis
Synoniemen Viooltjesvlinder

Kenmerken

Voorvleugellengte 23-30 mm
Spanwijdte 45-50 mm
Waardplanten Diverse soorten viooltjes: in de duinen duinviooltje en hondsviooltje, in het binnenland vooral hondsviooltje
Vliegperiode Half mei-eind september
Grootte rups

Voortplanting

Aantal eitjes
Uitkomen eitjes
Rupsen
Popfase

Voorkomen in Nederland

Status Rode Lijst: Bedreigd
Zeldzaamheid Een zeldzame standvlinder
Bescherming Deze vlinder is beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming
Verspreidingskaart Duinparelmoervlinder

Verspreiding

Nederland Komt voor in de duinen van Noord-Holland en op de Waddeneilanden
Wereld Van Frankrijk en Noord-Spanje tot Klein-Azië en van Midden-Scandinavië tot Portugal en Turkije.
Biotoopvoorkeur In de duinen: open duingraslanden en vochtige duinvalleien. In het binnenland: open, droge, schrale graslanden en droge kruidenrijke heide

Zoeken

Taxonomie