Verspreiding

De berkenzwam komt alleen voor op het noordelijk halfrond. In Nederland komt de berkenzwam komt zeer algemeen voor.

Habitat

De berkenzwam of berkendoder groeit op berken, meestal op dood hout. Soms groeit deze zwam op levend hout, wat houtrot veroorzaakt. Uiteindelijk zal de boom hieraan bezwijken. De berkenzwam is het hele jaar door te zien.

Beschrijving

De vruchtlichamen zijn éénjarig en groeien het hele jaar door en zijn 10-30 cm groot. Bij aanhechting met de boom zijn ze minder breed. Aan de bovenkant is de kleur is roestbruin tot grijsachtig.  De bovenzijde kruilt om de rand en omzoomt het poriënvlak aan de onderkant. De huid van de hoed bladdert makkelijk af. Het vruchtlichaam is bol tot vlak en groeit als een bankje.

De onderkant van het vruchtlichaam is crèmewit en bevat honderden buisjes met daarin de sporen. De sporen zijn wit, glad en cilindrisch tot lang-elliptisch met afwezige cystidia. De buisjes van de zwam staan steeds verticaal, hoe de tak ook aan de boom zit of op de grond ligt. De sporen kunnen zich hierdoor altijd verspreiden.

De textuur van het vruchtlichaam is rubberachtig en naarmate de zwam ouder is, wordt deze kurkachtig. Het vlees is droog en taai, niet-vezelig en wit. De steel is afwezig of knobbelig en kort. Hout dat aangetast wordt door deze schimmel geurt vaak kenmerkend naar appels, het vruchtlichaam zelf smaakt bitter en zuur. De dode zwam is bedekt met een korrelig, wit vlies.

Weetjes

  • Gedroogde vruchtlichamen zijn heel lang te bewaren. De droge zwam open snijden lukt nauwelijks. Het verdroogde mycelium is taai.
  • Van de berkenzwam is bekend dat hij stoffen bevat voor medicinale toepassingen. De 5300 jaar oude ijsmummie Ötzi had gedroogde berkenzwam bij zich, vermoedelijk om medicinale redenen.
  • In de natuur worden de droge zwammen opgevreten door larven van de zwamkever. Alleen het witte vlies is ook voor deze kevers onverteerbaar.
  • Het vlees van de berkenzwam werd onder de naam polyporus wel geleverd aan entomologen die het gebruikten om gedroogde insecten op te prikken voor verzamelingen.
  • In de meer recente geschiedenis werd de berkenzwam aangewend als vloeikussen en om scheermessen te slijpen.

Bronnen

Piptoporus betulinus

Taxonomie

Rijk Fungi (Schimmels)
Stam Basidiomycota
Klasse Agaricomycetes
Onderklasse  
Orde Polyporales 
Familie Fomitopsidaceae
Geslacht Piptoporus 

Herkenning

Hoed Kussenvormige, schelpvormige, matte, grijsbruine gladde, niet gezoneerde hoed. 
Hoedhoogte 3-6 cm
Hoedbreedte 5-20 cm
Steel Afwezig of knobblig en kort
Steelhoogte
Steeldikte
Sporenkleur Sporen wit. 
Buisjes Zeer fijne, witte poriën aan de onderzijde.
Geur
Smaak Zurig en bitter

Verspreiding

Nederland Zeer algemeen (aaaa). Neemt sinds ± 1980 toe.
Wereld  
berkenzwam verspreidingskaart© NDFF, 2017

Bedreiging

Rode Lijst 2008 Thans niet bedreigd (TNB)

Ecologie

Habitat Loofbos, arm zand
Groeitijd Eénjarig, groeit het hel jaar door

Zoeken

Taxonomie