Leefgebied

De aalscholver is deels een trekvogel. Er worden 5 ondersoorten onderscheiden:

  • P. c. carbo: van de noordoostelijke Verenigde Staten en oostelijk Canada tot westelijk Europa.
  • P. c. hanedae: Japan.
  • P. c. maroccanus: Noordwest-Afrika, kust van Marokko tot Mauretanië.
  • P. c. novaehollandiae: Australië en Nieuw-Zeeland.
  • P. c. sinensis: van Centraal-Europa tot India en China.

Ook de nauw verwante witborstaalscholver (Phalacrocorax lucidus) wordt soms als ondersoort van deze soort beschouwd.

Habitat

Hij leeft zowel nabij zout en zoet water en broedt in kolonies nabij grote wateren en meestal in bomen. Op eilanden die vrij zijn van predatie broeden ze ook op de grond of in riet. De grootste kolonies bevinden zich in het IJsselmeergebied, daarnaast op de Waddeneilanden, het Deltagebied en de Hollandse duinen en moerasgebieden. Er bevinden zich enkele kolonies in het rivierengebied. In Scandinavië en Groot-Brittannië is het een zeevogel, daar broedt hij op de rotskusten.

Buiten de broedtijd zijn aalscholvers niet aan de kolonies gebonden. Grote concentraties bevinden zich doorgaans in de nazomer in het Waddengebied, het IJsselmeergebied (inclusief Markermeer), het Deltagebied en langs de rivieren.

Herkenning

De aalscholver lijkt een zwarte vogel. Feitelijk is het verenpak grotendeels diep bronsgroen. Elk veertje van de bovenvleugels heeft een subtiel zwart randje. Dat geeft de vogel een ‘geschubd’ uiterlijk. In het voorjaar kleuren de vogels op hun mooist. De wangen en dijen zijn dan wit bevederd en de kruin en nek van zilverwitte manen voorzien. De onbevederde keel kleurt dan geel. Dit prachtkleed verdwijnt in de loop van het broedseizoen.

De aalscholver is 80 tot 100 cm lang en heeft een spanwijdte van 121 tot 149 cm. De vogel is bijna geheel zwart, maar met een witte wang en een gele plek op de plaats van de aanhechting van de bek. De snavel is lang en heeft een haakvormige punt. In de broedtijd (tussen februari en juni) verschijnt er een witte "dijvlek". De dij is anatomisch geen dij, maar het bevederde scheenbeen van de vogel. De aalscholver heeft zwemvliezen tussen de voortenen.

Mannetjes wegen 1,97 tot 3,18 kg en vrouwtjes 1,67 tot 2,55 kg.

Geluid

In de kolonies zijn aalscholvers erg luidruchtig. Ze maken diverse lage keelklanken. Volwassen vogels roepen vaak "rraaaahhh", de jonge vogels kokken en kekkeren. Buiten het broedseizoen zijn ze zelden te horen.

Weetjes

  • Aalscholvers vangen vis door te duiken.
  • Een aalscholver eet dagelijks zeker 500 gram vis. Dit kan in de broedtijd oplopen tot 1000 gram per vogel als er de zorg is voor een nest met drie halfvolgroeide jongen.

Voedsel

Aalscholvers eten vis, vooral de vissoorten die plaatselijk het meest voorhanden zijn. Paling (aal) is dat allang niet meer.  Het zijn meestal vissoorten die commercieel minder interessant zijn. In de Nederlandse binnenwateren worden vooral soorten als pos, baars, blankvoorn en spiering gevangen. Daarnaast eten ze behoorlijke hoeveelheden brasem, wat bijdraagt aan het tegengaan van verstikkende algengroei. De brasem eet namelijk watervlooien die de algen in bedwang houden.

Gedrag

De aalscholver zit vaak met uitgespreide vleugels op een paaltje bij het water. Het gaat hierbij voornamelijk om het laten drogen van hun verenkleed. De veronderstelling dat dit samenhangt met een te kleine of gebrekkig functionerende vetklier in vergelijking met andere watervogels is volgens Sellers (1995) onjuist. Vogels die aan de kost komen door te duiken mogen geen al te groot drijfvermogen hebben. Hun anatomie kenmerkt zich dan ook meestal door zwaardere botten dan bij de doorsnee vogel, en kleinere luchtkamers. Daarnaast persen deze vogels lucht uit hun veren.

Aalscholvers en de nauw verwante slangenhalsvogels gaan nog verder – zij laten hun verenpak nat worden. De baarden aan hun veren staan betrekkelijk ver uit elkaar, zodat binnendringend water vrij spel krijgt en alle lucht verdwijnt. Dat lijkt een behoorlijk nadeel – veel watervogels hebben juist voordeel van een goed isolerend verenpak. Aalscholvers duiken echter vaak diep en jagen langdurig achter vis aan. Doorweekt gaat dat gemakkelijker, er is dan minder opwaartse druk. De ver naar achter geplaatste poten stoot de vogel bij het duiken gelijktijdig naar achteren, zodat hij zich wat schoksgewijs verplaatst.

Vogeltrek

De trekbewegingen zijn afhankelijk van de geografische regio. Britse vogels verlaten de broedgebieden en trekken naar de kust of naar visrijke gebieden landinwaarts. Aalscholvers van rond de Kaspische en de Baltische zee overwinteren in open wateren of trekken naar de Middellandse Zee. Aalscholvers uit West-Europa verspreiden zich of trekken zuid- tot zuidwestwaarts naar open meren of kustgebieden, tot aan Tunesië. Onze aalscholvers trekken bij streng winterweer overwegend zuidwaarts tot aan de Middellandse Zee. Tijdens de trek en in de winter in ons land komen aalscholvers uit het Oostzeegebied en Noord-Duitsland.

Balts

Het baltsritueel speelt zich af op het nest. Mannetjes proberen met zwaaiende vleugels vrouwtjes naar hun nestplaats te lokken. Ze heffen hun vleugelpunten omhoog en naar buiten, waarbij ze afwisselend de witte vlekken op hun dijen verbergen en laten zien. Als er eenmaal een paartje is gevormd, begroeten ze elkaar met een gorgelende balts.

Het baltsen van mannetjes is meer overdreven en omvat het optillen van de kop, het openen van de bek, het naar achter, in de richting van de staart, bewegen van de kop terwijl hij deze heen en weer zwaait en een gorgelend geluid maakt. Paartjes poetsen ook elkaars veren glad, verstrengelen hun nek en laten verschillende andere balts vertoningen zien.

Voortplanting

De broedperiode begint vroeg, soms al in december. Er zijn late broedsels tot in juni, de kolonies zijn dan tot eind augustus bezet. Er zijn tweede legsels vanaf half april, maar de aantallen zijn dan lager.

De aalscholver broedt in kolonies, dicht bij visrijk water. In het binnenland broeden ze in moerasbossen en aan de kust ook in duinen, kwelders en op eilanden. Ze broeden meestal in bomen, maar soms ook op de grond of in riet.

Het legsel bestaat gemiddeld uit 3-4 eieren. De broedduur bedraagt 27-31 dagen. De jongen zijn vliegvlug na zo'n 50 dagen.

Predatie

De meeste predatie vindt plaats in de broedkolonies. Meeuwen en kraaien hebben het voorzien op de eieren en de jongen. Over het algemeen zijn ze alleen succesvol als kolonies worden verstoord en de volwassenen van de nesten af zijn.

Andere vijanden van aalscholvers zijn mensen en zeearenden.

Bescherming

De aalscholver is een beschermde vogelsoort krachtens de Europese Vogelrichtlijn, de Bern-conventie en het AEWA-verdrag.

Door de eeuwen heen is de aalscholver sterk vervolgd. Verslechterde waterkwaliteit speelde de vogels midden vorige eeuw parten. In Nederland is er een toename na bescherming en een verbetering waterkwaliteit. Sinds de eeuwwisseling stagneert het aantal.

Bronnen

Phalacrocorax carbo

Taxonomie

Rijk Animalia (Dieren)
Stam Chordata (Chordadieren)
Klasse Aves (Vogels)
Orde Suliformes
Familie Phalacrocoracidae (Aalscholvers)
Geslacht Phalacrocorax

Kenmerken

Grootte 80-100 cm
Kleur Diep bronsgroen
Gewicht ♂ 1,97-3,18 kg, ♀ 1,67-2,55 kg.
Vleugelspanwijdte 121-149 cm
Groep/solitair Groep
Voeding Vis

Voortplanting

Broedinterval Jaarlijks
Paartijd Varieert per regio en per ondersoort
Aantal eieren 3-4 eieren
Plaats eieren In bomen
Grootte eieren
Broedduur 27-31 dagen
Aantal legsels
Vliegvlug 45-55 dagen
Geslachtsrijp 2-4 jaar
Levensduur 15 jaar

Voorkomen in Nederland

Aantal broedparen 14.800-15.300 (in 2022)
Aantal overwinteraars 48.000-60.000 (in 2016-2021)
Doortrekkers 59.500-73.000, sep-okt (in 2016-2021)
Bescherming Beschermde vogelsoort krachtens de Europese Vogelrichtlijn, de Bern-conventie en het AEWA-verdrag.
Rode lijst -
Sovon Vogelonderzoek Nederland
Sovon Vogelonderzoek Nederland

Voorkomen Wereldwijd

Versprieing aalschoverAuthor: SanoAK: Alexander Kürthy,
License: CC BY-SA 4.0

Zoeken

Taxonomie